Interviewreeks: Openhartig
"Creatief zijn moet je leren. Ik ben ooit voor een volle zaal ongelofelijk op mijn bek gegaan. 'Maar Mark, dát was slecht,' zei iedereen. Het goeie was: het kon gewoon, het werd aanvaard."
Mark: Ik heb een prachtige kindertijd gehad. We hadden het gevoel dat we alles mochten. Dat was natuurlijk niet zo. We waren met vijf kinderen en mijn grootvader woonde ook bij ons in. In een huis met acht mensen moeten er regels zijn. Maar als kind was ik me daar nooit van bewust. Wij mochten overal spelen, tenten bouwen in de tuin en als het regende zelfs in huis. Voetballen, muziekschool, het kon allemaal. We gingen ook elk jaar met zijn allen op reis. Ik weet vandaag nog altijd niet hoe ze dat betaalden, maar het lukte. Mijn vader werkte bij Electrabel en moeder was huisvrouw. Fantastisch is dat, een moeder die er altijd is. Ik moest nooit op school blijven eten en daar was ik blij om, want dat vond ik echt horrible. Ik was graag thuis. Ik heb weinig duidelijke herinneringen aan mijn kindertijd, maar één dag zal ik nooit vergeten. Ik werd ziek op school en terwijl andere kinderen in zo'n zielig zaaltje moesten gaan liggen, werd ik naar huis gebracht omdat ze wisten dat mijn moeder er was. Ik was zo blij dat ik prompt beter werd.
Acht mensen, dat was vast altijd druk?
Mark: Ik hield daar wel van. Het heeft me tot een sociaal mens gemaakt. En met die drukte viel het mee. Ik had ook als enige mijn eigen kamer, misschien omdat mijn ouders begrepen dat ik het nodig had om af en toe de deur achter me dicht te trekken. Het was een kleine kamer, er kon net een bed en een kast in, maar het was mijn wereld. Ik was koning van mijn rijk, het was de plek waar ik rustig kon lezen en me helemaal verliezen in verhalen. De klassiekers van Terlouw en Beckman, natuurlijk, maar ook veel ridderverhalen. Ik kon altijd kiezen of ik aan die drukte deelnam of niet. Het is thuis trouwens nog altijd de zoete inval. Soms zijn alle kinderen toevallig in de buurt en zitten we op een doordeweekse middag weer met zijn allen aan tafel. Mijn moeder tovert dan van ergens een complete maaltijd op tafel en wij kletsen gezellig bij.
Lezers zijn meestal geen speelvogels.
Mark: Toch wel, ik kon dat perfect combineren. Ik vereenzelvigde me helemaal met die boeken en wilde dezelfde avonturen als de personages beleven. Ik was verzot op ridderverhalen en speelde die allemaal na in de tuin. Met een echt ridderpak aan. Niet gekocht, zelf bedacht. We hadden fantasie voor tien. Vader hielp een zwaard maken en moeder stikte op onze instructies rode kruizen op witte lakens. Eerlijk gezegd, ik vond mezelf echt mooi in dat pak. Ik was best een creatief kind.
En dat kon je ook kwijt bij de Chiro?
Mark: Ja. Ik ben zeven jaar leider geweest en heb daar echt nuttige dingen geleerd. Organiseren, problemen aanpakken, samenwerken met mensen die je niet zelf hebt gekozen hebt en dus niet noodzakelijk graag mag. Bruikbare lessen voor later, vind ik. En ook daar leer je creatief zijn. De kampthema's van de Chiro, dat was mijn terrein. Ideeën bedenken en uitwerken, het is regisseren zonder dat je het zelf doorhebt. Het fijne was dat er ook nog dingen mochten misgaan. Ik ben ooit voor een volle zaal met ouders en kinderen ongelofelijk op mijn bek gegaan. Zo erg dat iedereen zei: 'Maar allez Mark, dat was slecht'. Maar het werd aanvaard, want je bent jong en het is de Chiro. Ik heb geleerd wat het is om op een podium te staan en een hele zaal te animeren. Toneeltjes voor de Chiro of mijn werk als acteur, er is eigenlijk niet veel verschil tussen. In 'Flikken' trek ik een alarmpistool en roep: 'Halt, politie!', en daar kijken elke zondagavond anderhalf miljoen mensen naar. De essentie is: ik verkleed me, maak plezier en op het einde applaudisseert het publiek. Alleen word ik er nu voor betaald.
Acteur is het enige mogelijke beroep voor Mark Tijsmans?
Mark: Dat denk ik wel. Als kind wilde ik pastoor, brandweerman, politieagent of kok worden, afhankelijk van de film die er die week op televisie was geweest. Pas op mijn vijftiende besefte ik dat ik, met wat ik in de dictieles en bij de Chiro deed, ook de kost kon verdienen. Toen ben ik amateurtoneel gaan spelen. Met succes, binnen de kortste keren kreeg ik te horen dat ik een van de talenten van de groep was. Ik had als kind snel door dat ik, in tegenstelling tot mijn broers, niet erg sportief was. Ik heb wel heel de muziekschool doorlopen. Notenleer, slagwerk, dictie en voordracht, het koor, er waren weken dat ik er elke avond van de week zat. Ik schreef als kind ook. Gedichtjes en verhalen. Eerst klad, op losse papieren. Als ik het goed genoeg vond, pende ik het over in een schriftje. Ik had een viertal schriftjes, maar in mijn tiener-apenjaren heb ik die allemaal weggegooid. Als je ontdekt dat je goed in iets bent, zoals ik met acteren, dan heb je het gevoel dat je 'Kunst' moet maken (zucht en trekt wenkbrauwen op). Dan ga je speciaal doen om speciaal te doen en doe je domme dingen, zoals kindergedichten weggooien.
Was je zo'n moeilijke tiener?
Mark: Ja, maar dat denkt elke tiener. Je kent dat wel. Wij mochten echt veel, maar toch denk je als kwade puber dat anderen altijd meer mogen. Ik was meestal braaf, maar ik kon ook echt rebels zijn, vooral tegen mensen voor wie ik geen respect had. Slechte leerkrachten bijvoorbeeld, of mensen die er de kantjes van aflopen. Daar kon en kan ik nog steeds niet tegen. Ik werd daar echt kwaad van en ging het dan zo erg uithangen in de klas dat het me uiteindelijk een jaar school gekost heeft. Ik heb dat nog steeds. Ja is ja, nee is nee, en je moet je verantwoordelijkheid nemen. Ik had geen moeite met strenge leerkrachten. Dat waren juist vaak de mensen die iets te vertellen hadden. Het zijn blaaskaken waar ik van ga steigeren. Dat jaartje bissen was eigenlijk geen nadeel. Ik was nogal jong van mentaliteit. Toen ik het vierde moest overdoen en met jongens in de klas zat die een paar jaar jonger waren, voelde ik me meer op mijn gemak.
Ging je graag naar school?
Mark: De eerste drie jaren van het secundair niet zo, later weer wel. Kunsthumaniora mocht nog niet van thuis, ik moest eerst een 'gewoon' diploma hebben. Ik koos voor opvoeder, wat toen 'bijzondere jeugdzorg' heette. Een schitterende school. Je kreeg prima punten als je een gewone boekbespreking inleverde, maar er kwam een puntje bij als je een toneeltje of komische act deed. Die school was ook goed, omdat tijdens de stages mijn ogen zijn opengegaan. Als je uit een warm nest komt, besef je niet dat jouw milieu niet noodzakelijk een norm is. Soms schrok ik echt van wat die jongeren meegemaakt hadden. Die ervaring heeft mijn leven gekleurd. Maar opvoeder, dat zat er niet in. Mijn zucht naar creativiteit wrong te veel.
Je zei daarnet al lachend dat je pastoor wilde worden. Heb je dat ook ernstig overwogen?
Mark: Ja, ik heb dat overwogen. Ik kom uit een christelijk gezin, ik heb vormingscatechese gegeven, en op school zat er nog een jongen die priester wilde worden. Ik heb veel met hem gepraat. In mijn laatste jaar heb ik een vormingsweekend gevolgd, met allemaal mensen die dachten dat ze een roeping hadden. Ik heb ook een gesprek op het seminarie gehad. Dat weekend en dat gesprek zijn verplicht. En ze hebben hun nut, want daar heb ik ontdekt dat ik toch iets anders met mijn leven wilde. Geen roeping, dus.
Is liefde belangrijk voor jou?
Mark: Tja, liefde, dat is zo vaag.
Oké, is een partner belangrijk?
Mark: Ik woon alleen, heel bewust. Ik ben altijd al een eenzaat geweest. Net als vroeger kan ik zelf kiezen wanneer ik de deur achter me dichttrek en wanneer ik gezelschap opzoek. Op mijn eentje kan ik mij laten gaan, kan ik me koesteren in mijn melancholische buien. Ik denk niet dat ik snel, of misschien zelfs wel nooit, zal samenwonen. Ik steiger te vaak van verontwaardiging en ik gruw van routine. In mijn huis kan ik daarvoor vluchten, kan ik genieten van alleen-zijn. Ik mis het niet, een relatie.
Het lijkt er niet op dat je makkelijk verliefd wordt.
Mark: Nee, ik heb geleerd om daar mee op te passen, omdat ik mezelf alsmaar beter ken. Verliefdheid is dat eerste, bedwelmende gevoel dat je voor iemand hebt. Op zo'n moment ben ik geneigd mijn leven te veranderen in functie van die ander. Pas na een tijdje ontdek ik dat ik daar spijt van heb. Nu let ik op. Ik verlies mezelf niet graag. En in een relatie mis ik het alleen-zijn te veel.
Je bent een tijdlang bij jeugdbewegingen en andere organisaties gaan spreken over homoseksualiteit. Waarom?
Mark: Dat is typisch Mark Tijsmans een beetje vanzelf gebeurd. Ik heb altijd gezegd dat ik niet zou liegen over het feit dat ik homo ben. Jarenlang durfde niemand me het op de man af vragen, werd er alleen op gezinspeeld. Ja zeg, dan draai ik mee rond de pot, hoor. Maar toen een journalist van Humo het vroeg, heb ik gewoon ja gezegd. Daar is toen ontzettend veel reactie op gekomen. Op vraag van een jeugdbeweging ben ik er bij hen eens over gaan praten, zo is het begonnen. Ik ben er ondertussen met gestopt, omdat ik geen therapeut ben. Ik kan alleen mijn verhaal vertellen. Mijn woord is geen wet, en het is ook niet goed dat jongeren hun situatie op mij gaan projecteren.
En is jouw verhaal er een waarbij alles vanzelf is gegaan?
Mark: Nee, verre van. Daarom wilde ik het ook met die jongeren delen. Ik zat behoorlijk in de knoop met mezelf. Achteraf vraag je je af waarom eigenlijk, maar als puber is alles een onoverkomelijk probleem. Als je dan uiteindelijk de moed hebt om het thuis te zeggen, blijkt iedereen het al lang te weten. En dat was mijn boodschap: wacht niet te lang, want de kans dat ze iets vermoeden, en zoals bij mij, het aanvaarden, is groter dan je denkt. Veel jongeren liggen er wakker van. Ze maken zichzelf onnodig ongelukkig, worden soms zelfs fysiek ziek.
Je bent een duizendpoot. Benny in 'Thuis', daarna 'Pasmans' in Flikken en wrapper op Ketnet. Daarnaast heb je bij verschillende bands gezongen en speel je mee in musicals. Is één ding niet genoeg?
Mark: Ik combineer graag. Als je jong bent, kun je dat, dar heb je daar de energie voor. Maar voor 'Romeo en Julia' was het repetitieschema zo zwaar, dat ik moest afbouwen. Ik heb toen geleerd te doseren. Want als je te veel tegelijk doet, kun je niet tot het uiterste gaan en daar kan ik als perfectionist niet goed mee leven. Nu staat alleen 'Flikken' en 'Romeo & Julia' op mijn programma en eigenlijk is het ene een geweldige ontspanning voor het andere. Na de musical kan ik met extra veel energie aan 'Flikken' beginnen, en omgekeerd. Als ik maar één ding doe, zit de sleur er te snel in. Nu geniet ik met volle teugen van allebei. Op de achtergrond blijf ik met andere dingen bezig. Mijn band ligt stil, maar ik ben met zelfgeschreven nummers een theatershow in elkaar aan het steken. En als ik tussendoor een paar dagen vrij heb, schrijf ik. Tenminste, dat probeer ik. Een jeugdboek. Maar ik heb nog geen uitgever, hoor. Misschien is het wel heel slecht.
Je omschrijft jezelf als een commerciële kikker. En de manier waarop je eerder kunst zei, doet vermoeden dat we jou niet in een experimentele voorstelling moeten verwachten?
Mark: Nee. Ik kan niet tegen acteurs, schrijvers of regisseurs die zichzelf vinden dat zij de weg, de waarheid en het leven zijn. Je kunt hoogstens zeggen: ik heb een weg, mijn waarheid en mijn eigen leven gevonden. Het was thuis verboden om naast je schoenen te lopen. Mijn ouders vonden dat niemand speciaal was, ook niet als je goed in iets was. Ik vind mezelf helemaal niet belangrijk en veel dingen die ik doe, zoals de eerste Ketnetband, beginnen als een grap. Wat ik doe is leuk, maar ook niet meer dan dat. Ik vraag geen bewondering en verwacht niet dat iemand mij een kunstenaar of zelfs maar getalenteerd vindt. Ik heb respect voor alle theatergezelschappen in Vlaanderen, ook de experimentele. Maar het is tweerichtingsverkeer. Ik verwacht hetzelfde respect voor wat ik doe. Ik heb in soaps gespeeld, doe musicals. Ik hou van volle zalen en pleinen. Niets mis mee. Commercieel is geen vies woord. Ik kom nu wel eens medestudenten tegen die aan het conservatorium moord en brand schreeuwden omdat ik in 'Het Park' speelde, maar nu zelf in een soap zitten. Ze excuseren zich: 'Ik ben getrouwd, heb kinderen en een auto, ik moet rekeningen betalen.' Natuurlijk. Waarom niet? Er is niets zo heerlijk als een huis hebben waar je zelf voor gewerkt hebt.
Je was eerst niet echt een musicalfan?
Mark: Zingen is het fijnste wat er is. Als kind deed ik niets anders, de hele dag door, en het was zalig om de Ketnetband op Marktrock of de Lokerse feesten te spelen. Een zee van mensen die uit hun dak gaan, die kick is onbeschrijflijk. Maar musical, dat vond ik niks. 'Phantom' of 'Les Misérables', dat was gewoon een kopie van wat ze in Londen deden, dat zag ik niet zitten. Ik wilde realistisch acteren en musical is zo onrealistisch als maar zijn kan. Een acteur die komt op, zegt: 'Ik ben Benvolio, waar is Romeo?' en begint te zingen. Idioot. Nu doe ik het toch en vind het juist plezierig om het publiek in dat onrealistische gegeven te laten geloven.
Ben je ijdel?
Mark: Ja. Iedereen die acteert, schrijft of schildert, is dat volgens mij. Je wilt de aandacht van een publiek. Je geniet ervan als mensen naar je kijken. Op een podium toch, in de supermarkt is het minder prettig, maar dat neem ik erbij. Ik vind ijdelheid niet ergerlijk, zo lang je jezelf en je talenten juist inschat. Overschatting is belachelijk, maar ook valse bescheidenheid is nergens goed voor. Niet dat je van de daken moet schreeuwen hoe goed je bent, maar het is wel belangrijk dat je voor jezelf uitmaakt wat je wel en niet kunt.
Ben je ambitieus?
Mark: Ja. Toen ik hoorde dat ze 'Romeo & Julia' gingen doen en ik de tape zag met de Franse versie, had ik meteen het gevoel: die blauwe met zijn piekjes, dat is mijn rol. Ik heb ook dromen, zoals dat jeugdboek. Want als ik nu alles verwezenlijkt zou hebben, wat blijft er dan nog over om naar te streven? Ik ben van plan om 99 te worden, het liefst zo gevuld mogelijk. En ik wil van mijn werk blijven genieten. Maar ik wil niet per se doorbreken in het buitenland. Ik amuseer me goed, maar mijn leven is meer dan mijn werk. Mijn familie, neven en nichtjes, dat is veel belangrijker dan wat ik voor de kost doe.
Is geloof nog belangrijk in je leven?
Mark: Ja, maar je zult me niet snel in een kerk zien. Geloof en kerk zijn voor mij twee verschillende dingen. Niet dat ik antiklerikaal ben, er werken prachtige mensen in dat instituut. Maar de logheid en onrealistische regeltjes storen me. Een misviering raakt me niet, dat is het probleem. Ze brengen de Blijde Boodschap niet goed over, dragen niet uit waar geloof echt mee te maken heeft. Ik ben een loper en als ik alleen door het bos jog, word ik soms overvallen door een religieus gevoel. Dan ben ik geraakt, en dan kan ik bidden. Ik vind mijn geloof in de natuur.
Wat voor oude man word je?
Mark: Waarschijnlijk grijs (lacht). Iemand die open van geest is en kan genieten van wat hij gedaan heeft zonder al te veel terug te kijken. Iemand met een leuk leven, fijn werk en een hechte familie. Als ik 99 ben, wil ik kunnen terugkijken op een rijk leven. Maar eigenlijk kan ik dat nu al, vind ik.
Bron: Evita september 2003