Jan Schepens, Mark Tijsmans en Marc Coessens zetten een stap opzij voor de vrouwen
Wie van de drie is de beste danser? Marc Coessens zwijgt, maar zijn balletverleden zegt genoeg. Samen met Mamma Mia!-papa's Mark Tijsmans en Jan Schepens praat hij over ABBA en geluk.
Wij zijn geen dansers, wij zijn bewegers
De mannen hollen achter de feiten aan in Mamma Mia! Daar willen we Mark Tijsmans, Marc Coessens en Jan Schepens niet meteen mee confronteren. Dus mag het gesprek eerst over ABBA gaan.
Wie vonden jullie de knapste: Agnetha of Frida? Of Benny en Björn?
Tijsmans: Zo heb ik ABBA nooit bekeken. Ik was in die tijd een kind en niet echt met ABBA bezig. Dat het fout werd bevonden, ging totaal voorbij aan ons.
Coessens: ABBA was een groepke van Eurosong. Het lag totaal niet binnen mijn wereld. Dat hoorde niet, als je bij Studio Herman Teirlinck studeerde.
Schepens: Zelfde gevoel. Björn Ulvaeus van ABBA zei onlangs: Ineens was ABBA cool. Dat was ook zo in mijn tijd. Het was fout, nu is het een van de beste popgroepen ter wereld.
Tijsmans: Pas nu besef ik dat ABBA wel uitstekende melodieën heeft gemaakt. Weinig groepen hebben er zoveel bijeen geschreven.
Coessens: The Beatles ook, hoor.
Schepens: ABBA wás ook van die orde.
Tijsmans: ABBA had een eigen geluid.
Coessens: Ik dacht dat ABBA een popgroep was die alle liedjes met drie akkoorden maakte. Nu merk je pas hoe complex hun muziek is. Ze wisten perfect wat ze deden.
Schepens: Dat is het verschil tussen ABBA en gewone 'popmuziek': het is meer dan een paar akkoorden.
Tijsmans: Om een voorbeeld te geven: het nummer Thank you for the music is voor deze musical vereenvoudigd. Anders zou mijn personage het nooit op gitaar kunnen spelen. Het is te ingewikkeld!
Coessens: Waarom denk je dat Madonna een stukje van Gimme Gimme koopt voor haar hit Hung Up? Gimme Gimme is zó universeel.
Schepens: ABBA deed wat Mozart deed.
Wie van jullie is de beste danser?
Schepens: Tijsmans, zonder enige twijfel.
Tijsmans: Na zo'n zin moet de journalist 'ironisch' schrijven.
Schepens: Op een podium heb je drie soorten: niet-bewegers, bewegers en dansers. Wij moeten in alle bescheidenheid erkennen dat we niet meer dan bewegers zijn.
Tijsmans: Ik dans niet graag, want ik kán het niet. Gelukkig is een musical ook zingen en acteren. Zo scoor ik toch twee op drie. (lacht)
Schepens: Wij spelen de vaders in deze musical. Die moeten ook niet al te goed dansen.
Tijsmans: Onze bewegingen mogen eruitzien alsof ze er niet zo goed uitzien. Soms zíen ze er ook zo uit, hoor.
Schepens: Ik beweeg graag, zeker op een podium, met een scheurende band achter me. Lekker Michael Jackson nadoen. Moet kunnen.
Coessens: Ik heb altijd graag gedanst. In Wittekerke komt het er niet zo vaak van. (lacht)
Hebben jullie léren dansen?
Coessens: Ik heb ballet gevolgd. Uit vrije wil, ja. Ik deed dat samen met één andere jongen, naast vijftig meisjes.
Tijsmans: Ik heb zelfs even gedacht: misschien word ik wel danser. Maar dat is héél lang geleden. Ik heb ook karate gedaan, trouwens.
Schepens: Dat begrijp ik. Al die jaren tussen vijftig dansende meisjes: dat kweekt frustratie.
Coessens: Ik heb zelfs trampolinespringen gevolgd.
Het favoriete ABBA nummer van
Mark Tijsmans: Ik kan niet kiezen
Vraag me niet op er één nummer uit te kiezen. Ik kan het echt niet. Ik herinner me nog dat we met The Hope Band (met onder meer Andrea Croonenberghs en Kris Wouters, red.) het nummer Take a chance on me wilden brengen. Als je dat live moet doen met een klein groepje, dat werkt voor geen meter.
Marc Coessens: Our last summer
Muzikaal niet het sterkst, maar het raakt me iedere keer. Die Parijse sfeer, daar kan ik me iets bij voorstellen. Ik heb die stad zo gekend.
Jan Schepens: The winner takes it all
Poëtisch en droevig. Ik hou wel van een beetje melancholie.
Bron: Bijlage van Het Nieuwsblad (22 maart 2006)